| | | | | |


Solo Flutes

Press reviews continued >>>

Just Outside, 5/2014, France, Brian Olewinck
Lotz is a German flutist who, as far as I can ascertain, has been making a good name for himself in European jazz circles, though the solo effort shows his clear intentions to diversify quite a bit. Kevin Whitehead, who wrote the notes for the Istanbul session, cites his childhood traversing areas from Thailand to Uganda with his musicologist father and one hears a clear affinity with various musical approaches, including European free improvisation.

The variety of attacks can be something of a problem when arrayed in disc form, here comprising 17 relatively short tracks; it almost necessarily becomes a palette showing what the musician is capable of rather than a satisfying whole and the listener is more or less forced to choose as to which pathways he deems satisfying, which not. I should first point out the obvious: Lotz is a fantastic flutist, evincing great command, facility and imagination. He uses concert flute, alto flute, bass flute, PVC contrabass flute (the cover image)and voice. I can't list each track but, for example, he goes from a disarmingly attractive key popping exercise ("Albert Speaks") to a ghostly series of tones ("Aş Şaḩrā' ash Sharqīyah (Eastern Desert)") that morphs into strident overtones reminiscent of Abdullah Ibrahim's relatively rare flute playing, also quite attractive. From thence into "Whole Steps", a piece that sounds like a take on some Dolphy composition I can't put my finger on. He vocalizes through the flute her and elsewhere, making the later, lovely tribute to Kirk, "For Rahsaan", appropriate. "Hungry III" marks the first venture into extended techniques, here a liquid gurgling (I take it using water) and, to me, it's a misstep only because it's the type of approach we've more or less heard before and which, usually, comes off simply as an effect, having no particular reason for being other than to show its possibility. I begin to get the impression that Lotz, to my ears, is better served the more "traditional" he plays, either via jazz or contemporary classical, a suspicion borne out by "PVC Mantra", a didgeridoo-esque piece that, again while displaying great command, doesn't really get past the surface of the deep, vibrating sound. Then again, the ensuing track, "For Moth", works beautifully, a cascading whirlpool that's both technically very impressive and, somehow, connotes a musical identity beyond the technique, a presence. So it goes through the recording. For each attempt that doesn't quite make it ("Adam and Eva", "Do Not Swallow!"--in fact the set of "Bass flute Sequenzas", presumably a nod to Berio--), there's one that stands perfectly well and solidly on its own ("Piccolo for Makeba", "Major Circles", "A Fine Winter"). As is not uncommon in my experience with certain musicians, I find the "straighter" efforts to be more convincing than the experimental ones. Given the brevity of the pieces, I might have liked to have heard certain ideas, even ones that initially don't strike me as promising, delved into at far greater length, to see if more could be wrested out. So, I find "Solo Flutes" both frustrating and intriguingly impressive. I'm curious to hear where Lotz goes from here.

TheFlashBoston, 5/2014, USA, G. Marschal
Mark Alban Lotz brightened my Sunday morning. With a cultured Dutch daffiness, he explores zoological and anthropological motifs on his Solo Flutes. His name checks are on target, and funky: Rahsaan, Makeba, even Coltrane (“Whole Steps”?). He’s a cool European in so many ways, but he wraps his heart round the world. He uses everything from piccolo to PVC contrabass flute, and he gets maximum out of range and dynamics, evoking village natives, or deep sea whales. So many solo records can be austere, or just plain pretty. Lotz fleshes out his work, with harmonics, and sometimes voice, for a one man trio. It’s sweet, deep, and humorous.

Monsier Delire, Canada, 5/2014, F. Couture
Dutch flutist Mark Alban Lotz just released a beautiful and confident solo album. Lotz is a versatile player with a large and expressive palette. Here he delivers 17 shorts pieces on concert flute, alto, flute, bass flute and PVC contrabass flute. These tracks follow two intermingled series: the first one consists in compositions and improvisation canvases; the other in short explorations of the sonic particulars of the bass flute. In the first series, Lotz develops strong creative ideas (“Eastern Desert”, the excellent “Dear Moth,” the gorgeous “For Rahsaan”); in the second one he opers unusual soundworlds. Everywhere, we are treated to his warm sound with well-mastered contrasts between purity of timbre and noise-based techniques. And humour is never far away.

Moors Magazine, 2014, The Netherlands, Holly Moors
Mark Alban Lotz is gek van fluiten. Hij bespeelt de meest uiteenlopende fluiten, van de kleinste piccolo tot de krankzinnigste basfluit die je ooit gezien hebt (en die hij zelf van pvc-buizen in elkaar gezet heeft), met uitstapjes naar buitenissige oosterse fluiten en andere fluiten die je anders nooit hoort. Lotz is verliefd op het geluid van de fluit, en die verliefdheid gaat ver, want voor hem is het niet voldoende om het instrument goed of zelfs virtuoos te kunnen bespelen - hij laat ook hier, op dit album met solostukken, horen dat hij uitstekend "gewoon" fluit kan spelen, melodieus en zelfs gevoelig en melancholiek. Hij had er een fantastische carriëre mee kunnen maken.
Maar Lotz zoekt het avontuur en wil meer - hij onderzoekt zijn fluiten, jaagt er lucht door op verschillende manieren, gebruikt het als ritme-instrument, onderzoekt de grenzen van het geluid dat de fluit kan voortbrengen, en dat doet hij met een onberispelijk muzikaal gevoel, waardoor zijn improvisaties en composities altijd spannend zijn, maar ook altijd uitgebalanceerd - daardoor is het niet alleen maar een individuele onderzoekingstocht die alleen voor Lotz interessant is, het is ook voor iedere luisteraar die zijn oren een beetje open heeft staan een mooi avontuur om te volgen. Want een klein uur solo fluit, dat lijkt op papier wellicht saai, in de praktijk is het buitengewoon spannend en gevarieerd. En vergeet één ding niet: dit is geen loodzware avantgarde, dit is vooral en in de eerste plaats ontzettend leuke muziek!

Draai Om Je Oren, 3/2014
Impro-jazz in optima forma
Er zijn gelukkig nog diverse creatieve vrijplaatsen in Nederland. Onder meer in steden als Den Bosch, Eindhoven, Leiden, Utrecht en zelfs Emmen (zie de site van Kraak Forum). Natuurlijk spant Amsterdam de kroon. Denk maar aan Ruigoord, ADM, OT 301 en Zaal 100. Deze laatste is een podium voor onder andere feestjes, bandjes, cabaret, dichters, obscure vergaderingen en van de in de zestiger jaren ontstane free jazz, thans impro jazz genoemd.

Op woensdagavond 12 maart had fluitist Mark Alban Lotz op dit alternatieve podium 'carte blanche' gekregen. Hij organiseerde een solo-optreden, een duoconcert (Natalio Sued en Mark Tuinstra) en een impro-concertje met drummer Alan Purves, gitarist Anton Goudsmit en Lotz zelf.

Lotz imponeerde solo. Hij had al zijn fluiten uit de kast getrokken en met behulp van summiere elektronische effecten en met toepassing van zijn stem – blazen, zuchten, steunen, janken, grommen, brommen – creëerde hij een klassiek aandoend boeiend klankenspel. Spectaculair vooral was de improvisatie op de door Jelle Hogenhuis gebouwde 'pvc contrabas fluit'. De monniken uit het hooggebergte van Tibet waren niet ver weg.

Ook het duoconcert was zeer de moeite waard. Gitarist Mark Tuinstra en saxofonist Natalio Sued speelden een hechte en goed samenklinkende set. Opvallend was het prachtige, volle, ronde geluid van de tenorsax. Het riep herinneringen op aan de oude tenormeesters als Chu Berry, Coleman Hawkins en Don Byas. En dat werd gecombineerd met melodieuze, vrije improvisatiepassages. Sued verdient zijn plaats in de diverse avontuurlijke jazzgroepen als The Ambush Party, Opositor, Antimufa en Tetzepi.

Het sluitstuk was een grotendeels geïmproviseerde set door een trio bestaande uit Lotz, Purves en Goudsmit. Dat kon natuurlijk niet mislukken. Gedrieën behoren ze tot de top van de moderne (impro-)jazzmuzikanten. Met de oren wijd open werd gedemonstreerd dat pure improvisatie spannende, welluidende en ook nog eens melodieuze muziek kan opleveren. Swingende fragmenten werden afgewisseld met contemplatieve momenten en ook humoristische herkenbare muziekflarden werden niet geschuwd. Ik weet niet of de drie heren in een vast trio willen doorgaan. Zo ja, dan raad ik de enkele nog bestaande serieuze jazzpodia aan dit trio ogenblikkelijk te boeken. Hoe dan ook: lang leve Zaal 100!

>>> back to CD info page


Order via:

order list

 

Or via:



Acceptatie-indicatie